2 augustus 2011

Het shirt en zijn verhaal: De Generatie 98

''Een goed paard is nog geen goede ruiter.'' Met deze gevleugelde uitspraak wist taalvirtuoos Co Adriaanse ooit de trainersambities van Marco van Basten te reduceren tot een uiterst onzekere carrierekeuze. Adriaanse, wellicht gefrustreerd door zijn onbevredigende einde bij Ajax, wist met deze gesimplificeerde weergave van de werkelijkheid de koe wel bij de horens te vatten (ok, nu is het genoeg met de boerderijdieren metaforen).

De trainersaspiraties van de generatie van ’88 zijn reeds uitvoerig besproken, de Koemannen (oké, nu is het toeval!) mogen nu als laatste exponenten tijdens hun risicoloze éénjarige contracten bij respectievelijk Feyenoord en FC Utrecht het beste uit een kansloze missie halen. Maar hoe vergaat het die andere gouden generatie van 1998?

Nu de euforie van de finaleplaats van het Nederlands Elftal op het afgelopen WK lichtelijk begint te dalen en het realisme terugkeert, mag toch wel gezegd worden dat deze selectie niet in de schaduw mag staan van die van ’98? Tactisch hoofdstedelijk vernuft aangevuld met degelijke provinciale gemoedelijkheid onder leiding van Achterhoeks kosmopolitisme. Ook zij slaan nu de vleugels uit.

 

Tegenstrijdig met de hemelbestormers van ’88 koos het tot nu toe meest succesvolle lid van ’98, Frank de Boer, de geleidelijke weg. Na eerst ongedwongen naast bondscoach Bert van Marwijk de internationals op de meest oer-Hollandse krachttermen te hebben getrakteerd en het vak te hebben geleerd binnen de jeugdopleiding van zijn oude club lijkt De Boer nu als hoofdcoach te gaan slagen. Weinig eloquent maar bezeten van het vak heb ik daar alle vertrouwen in. Voor broer Ronald zal hij ook ongetwijfeld een plek binnen Ajax vinden. Immers, als club tel je tegenwoordig niet meer mee als je niet voor elke linie 34 techniektrainers in dienst hebt. Want voor elke ex prof is er door het ‘nieuwe idealisme’ van Cruijff wel plek. Zo gaan de niet als bijzonder spraakzaam bekendstaande Wim Jonk en Dennis Bergkamp de eindverantwoordelijk voor het technische beleid van Ajax dragen, vindt Edwin van der Sar met aan zijn linkerhand nog één keepershandschoen zijn naam al terug op allerlei lijstjes en blijkt een maatpak de voormalige pitbull Edgar Davids in de Raad van Commissarissen niet eens zo slecht te staan. Ook Marc Overmars, tijdens zijn carrière zakelijk al erg actief, mag zich rekenen in de belangstelling van de club. Hetzelfde geldt voor Jaap Stam, hij speelde namelijk wel één heel jaar voor de club. Phillip Cocu lijkt hetzelfde traject als de Boer bij PSV in te gaan. In dat kader is het opvallend dat Patrick Kluivert, Neerlands meest getalenteerde spits van de laatste 20 jaar, niet kan rekenen op dezelfde belangstelling en zijn heil maar zoekt bij het opkomende FC Twente. De voormalig international is niet geheel van onbesproken gedrag maar binnen deze hoofdstedelijke ‘revolutie van de praktijk’ moet er toch vraag zijn naar dergelijke technische bagage?

Nederland, en met name Ajax slaan door. Door de nivellering binnen de eredivisie en het uitblijven van internationaal succes is de nuance bij het invullen van de technische functies compleet verdwenen. Men klampt zich vast aan een andere ex prof, de beste die ooit over de Nederlandse velden dartelde, dat wel. Maar hoe was het ook alweer? Iets met een paard en een ruiter?       

 

Columnist: Barend Tensen