11 oktober 2011

Het shirt en zijn verhaal: Mannen van glas

Op het moment dat een profvoetballer meer dan eens geblesseerd aan de kant moet staan komt de landelijke sportpers traditiegetrouw met een platgewalst, maar heerlijke beeldspraak op de proppen: De man van glas. Uw tweewekelijkse columnist neemt nu noodgedwongen enige tijd rust van de kunstgrasvelden vanwege een vervelende spierscheuring. Nu wil ik mezelf geenszins een echte man van glas noemen (slechts twee langdurige blessures in een langdurige, niet bijzonder indrukwekkende amateurvoetbalcarriere) maar het zet me wel aan het denken over de echte mannen van glas. Een ode.

Mannen van Glas

 

U kent ze inmiddels wel, de traditionele pechvogels. Zelden spelen zij meer dan 25 wedstrijden per seizoen. Ze kennen iedere hoek van het krachthonk uit het hoofd en zien de hersteltrainer, die ik me nog steeds bij elke club voorstel als wijlen Bobby Haarms, meer dan hun eigen vrouw. Zwoegend op de martelwerktuigen vangen ze af en toe een glimp op van collega’s op het veld tijdens de groepstraining, dartel in de weer met een bal. Bal? Dat was toch zo’n rond mechanisme waarmee je door meer te scoren dan de tegenstander een wedstrijd kon winnen..?


Het profvoetbal is sinds de verregaande professionalisering in de jaren ’70 fysiek alleen maar zwaarder geworden. De Champions League, waar men vroeger na de groepsfase al praktisch de cup met de grote oren omhoog kon tillen kent nu herhaaldelijke knock-out fases. In combinatie met de nationale competitie en eventueel interlandvoetbal is er geen respect meer voor de balans tussen arbeid en rust. Het fysiek geëvolueerde spel doet de spieren ook geen goed. Marco van Basten, deze week in het nieuws als beoogd technisch directeur van Ajax is misschien wel het meest legendarische slachtoffer. De messen in de kousen van menig Italiaans verdediger noopte de spits al op 28-jarige leeftijd te stoppen. En wat te denken van Jari Litmanen? Naast vleiende bijnamen als Diego en Kuningas, wat in het Fins zoveel betekent als ‘Koning’ wist hij midden jaren ’90 voor het eerst beslag te leggen op de titel ‘man van glas.’ Na zijn 24e heeft de Fin nooit meer een blessurevrij seizoen gekend waardoor de immense potentie van de klassieke schaduwspits als een kaars uitdoofde. Gelukkig wakkert de vlam heel af en toe nog als we worden verblijd met een scorende Litmanen op een Fins achterveld in de spelonken van het profvoetbal. Veertig jaar, maar qua netto speelminuten vergelijkbaar met een gevorderde twintiger.


Arjen Robben solliciteert ook nadrukkelijk naar een plaats in de vitrine van glazen mannen.  De consternatie rondom de meest recente blessure liet zelfs Bert van Marwijk, normaliter het toonbeeld van fatsoen, uit zijn rol vallen. Het conflict tussen de KNVB en Bayern München over de sterspeler gaat echter voorbij aan een derde variabele: de onevenredige toename van fysieke belasting in het hedendaagse voetbal.


De geavanceerde medische instrumenten waar alle clubs tegenwoordig over beschikken ten spijt, de clubs, nationale teams en overkoepelende bonden zijn nu aan het woord. Kiest men voor meer zilverwerk of voor nog meer mannen van glas in de vitrine?

 

Columnist: Barend Tensen